Glocal Smederij 3 maart 2011, Boerderij ’t Schop, HilvarenbeekDit verslag is geschreven door Incubate, maar wij nodigen jullie vooral uit ideeën en/of opmerkingen toe te voegen. Ook als je niet aanwezig was bij het gesprek, maar wel wat over het onderwerp toe te voegen hebt. Deze site is open source. Je kunt linksboven op "EasyEdit" klikken en tekst aanpassen en toevoegen. Dit kan anoniem, of door eerst een account aan te maken via deze pagina. Er kunnen ook comments gegeven worden.Een verslag van het rondetafelgesprekNa de introductie van Geert Wilms (Stuurgroep Landbouw Innovatie Brabant), het welkomswoord van host Jan van den Broek (Boerderij ’t Schop) en de presentaties van Frank Kimenai (Incubate Festival) en Anco Sneep (Rubia BV) nam Geert Wilms de taak op zich het rondetafelgesprek te leiden. Het gesprek werd bewust open gehouden zonder strak programma. Wel waren er vooraf wat vragen opgesteld zodat iedereen de kans had al na te denken over het onderwerp. De vragen:
• Welke functies van het ommeland zijn van belang bij de verschillende deelnemers; agrarisch, voedselproductie, recreatie, sociaal?
• Waar liggen de zwaartepunten van de agrarische sector bij de samenwerking met verstedelijkte gebieden; wat zijn de wensen vanuit de agrarische sector?
• Hoe past de culturele sector hierin?
• Welke kansen ontstaan uit de ontwikkeling van ‘glocalisering’; de vermenging van het globale met het lokale?
• Op welke manieren doet de artiest inspiratie op uit het platteland? Ook in historisch opzicht: “Van Van Gogh tot Vandaag”.
• Wat is de identiteit van het ommeland en welk imago bestaat er vanuit de stedelijke gebieden?
• Hoe wordt hierop ingesprongen met bijvoorbeeld communicatie. Wat/welke boodschap is het meest van belang?
• Wat is de mogelijke impact van een duurzame relatie tussen stad en platteland; wat voor acties en initiatieven zijn hiervoor van belang?

Geert Lenders (BrabantStad Culturele Hoofdstad 2018) beet het spits af. Naar zijn mening is de vraag wat het verschil is tussen stad en platteland niet zo interessant; interessanter is het zien van BrabantStad inclusief ommeland als de stad. De waarde zit in de samenwerking. Het platteland is niet alleen van waarde voor recreatie maar vormt ook leefbaarheid in de stad. Het hele gebied is de stad. Het contrast binnen het stadse gebied is de waarde.
Gerdi Beks (Gemeente Tilburg – Kunst in de Openbare Ruimte) gaf aan dat uit eigen onderzoek is gebleken dat veel activiteiten door stedelingen in het buitengebied plaatsvinden. Mensen willen terug naar authentiek gevoel: gezondheid en beleving. Age Opdam (Genneperhoeve Eindhoven) voegde toe dat stadsbewoner steeds meer de behoefte hebben aan recreatie dichtbij huis: beleving van eigen omgeving.
(Bij een korte tussenpoll bleek dat veruit het grootste deel van de aanwezigen in de stad woont).
Brabant werd als een mozaïek-landschap beschreven. Het contrast tussen stedelingen en dorpsbewoners is klein. Stadsbewoners zijn vaak op het platteland opgegroeid, en plattelandsbewoners in de stad. Mensen willen groenvoorzieningen dichtbij waardoor dat mozaïek-landschap ontstaat. Ondanks het mozaïek-landschap ziet de stedeling eigenlijk niet wat er op het platteland gebeurt. Mensen hebben geen antwoord op vragen zoals waar het kleurstof in hun tapijt vandaan komt. Er zit dus toch een groot contrast tussen stad en platteland. Ook al is het dichtbij, mensen hebben niet altijd het juiste idee of beeld.
Elk mens heeft één duidelijke behoefte van het platteland: voedsel. Waar komt het vandaan? Door stedelingen contact te laten leggen met de boeren kan de stedeling hier inzicht in krijgen. Maar vlees kopen bij een boerderij is meer een uitstapje dan “voedsel kopen”. Mensen halen liever al hun voedsel (vlees, groente, fruit, kaas, enz.) op één plek; zoals een supermarkt in de stad. Als iemand nou eenmaal eens voedsel op de boerderij heeft gehaald komen ze terug. Deze opmerking werd bevestigd door ’t Schop en Genneperhoeve. Kennis maken met het platteland heeft dus wel degelijk effect. Mensen moeten eenmaal overgehaald worden, maar zijn moeilijk te bereiken als die de stad niet uit willen. Dit geldt ook voor veel dorpsbewoners, aldus Jan van den Broek (’t Schop).
Er ontstond een discussie waar verschil wordt gemaakt tussen stedelingen die echt nauwelijks de stad uitkomen en “mensen die fietsen”. De “mensen die fietsen” zijn diegenen die graag een stukje door het platteland fietsen en zo wel eens een boerderij als ’t Schop aandoen. Die mensen zijn dus bekend met het platteland. Jan van den Broek geeft het belang aan van stedelingen actief te benaderen door projecten zoals Glocal; het publiek van Incubate, een groep die voornamelijk uit een stedelijke omgeving komt, heeft nauwelijks een relatie met het platteland, maar bleek enorm geïnteresseerd te zijn in de boerderij. Mensen “die fietsen” kennen het al wel.
Joost Heijthuijsen (Incubate) nuanceert het woord “stedelingen”; dit is een brede groep, eigenlijk een verzameling van heel veel kleinere groepen. De connectie gaat niet alleen over het kennen van elkaar, maar leren van elkaar. De vraag is hoe je een groep uit de stad en een groep van het platteland met elkaar in contact kan laten komen. Door projecten zoals Glocal, maar ook met projecten in de zorgsector bijvoorbeeld.
Lambert van Nistelrooij (Europees Parlement) licht toe dat er een verandering aan de gang is op beleidsniveau. Van verkokering naar ruimte voor nieuwe initiatieven. Dit is van belang omdat de concurrentie met het buitenland (zoals Azië) groot is. Om de concurrentie aan te kunnen moet er "smart" en duurzaam gewerkt worden: hoe dat moet is het Europees parlement nu beleidsmatig aan het uitzetten.
Het ZLTO voegt toe: boeren zijn de relatie met de samenleving in afgelopen decennia verloren (zoals Jan van den Broek ook vertelde in zijn verhaal eerder op de dag), maar zijn nu weer op zoek naar deze relatie. Dit stimuleert de overheid ook. Maar dit moet duurzamer gemaakt worden, indien de overheid een stap terug neemt en subsidies verdwijnen. Dat is de uitdaging voor de komende tijd: een duurzame economie.

Geert Lenders (BrabantStad Culturele Hoofdstad 2018) gaf aan dat cultuur (kunstenaars) het platteland als instrument kan gebruiken - het platteland als metafoor - om stedelingen er bekend mee te maken. Kunstenaars zijn de “gekken” die het gewoon doen. Mensen van het platteland moeten willen geven (kunstenaars de kans geven) om kunstenaars de faciliteren. Er is ruimte nodig zodat dit kan groeien en ontwikkelen tot iets vruchtbaars. Maar geen regels die dit proces tegenhouden; kunstenaars moeten ruimte krijgen.
Jeroen Doorenweerd (kunstenaar) vertelt over zijn voorbeeld. Landelijk werken; hij heeft zijn werkruimte op het platteland en komt daardoor dagelijks in contact met het landelijk leven. Lia Stravens (Landart Diessen) laat met haar kunstprojecten groepen kennis maken met het platteland. Tineke Schuurmans (eveneens kunstenaar) voegt toe dat je door kunstenaars te betrekken bij de discussie meer laat meedenken over vraagstukken, je bereikt een breder creatief publiek met een andere kijk.
Een samenvattingEigenlijk is heel duidelijk dat alle aanwezige - een bonte verzameling van achtergronden - het redelijk met elkaar eens is. Een echte discussie werd het niet, mensen bevestigden eerder elkaars standpunten. Iedereen is het eens dat Brabant een mozaïek-landschap heeft waar stad en platteland in elkaar verweven zitten, maar desondanks is er een groot contrast tussen beide. Deelnemers geven aan dat het wenselijk is dat dit contrast kleiner wordt. Hier zijn verschillende partijen ook mee bezig, uit verschillende hoeken (beleid, kunst, boeren, etc.).
Helaas was de tijd te gering om echt een discussie te vormen over hoe cultuur het contrast tussen stad en platteland kan verkleinen en heeft ook niet iedereen de kans gehad/genomen zijn idee op de tafel te gooien. Een aantal ideeën zijn genoemd, tevens enkele voorbeelden. Wel is er een aanzet gegeven door deze Smederij en werd er veel nagepraat. Er bleek behoefte aan verslag van de dag en er was de wens om verder in contact te blijven. De deelnemerslijst inclusief mailadressen is achteraf rondgestuurd aan alle deelnemers.
Hopelijk wordt de discussie voortgezet en zal de Smederij resulteren in vruchtbare samenwerkingen. Zoals Jan van den Broek afsloot: “Alle mooie dingen beginnen in het klein, maar groeien uit, net als in de natuur”.
Deelnemers
Herman van Ham - ZLTO bestuurslid
Maarten Leseman - ZLTO Specialist Public Affairs
Age Opdam - Genneperhoeve Eindhoven
Jos Overboom - Overboom Architecten
Karla Niggebrugge - Provincie Noord - Brabant
Rob Maessen - Provincie Noord - Brabant
Lia Stravens - Landart Diessen
Lambert van Nistelrooij - Europees Parlement
Anco Sneep - Rubia BV, directeur
Marjon Krol - Stuurgroep Landbouw Innovatie Brabant
Geert Wilms - Stuurgroep Landbouw Innovatie Brabant
Geert Lenders - Brabantstad Culturele Hoofdstad 2018
Geurt Grosfeld - Schatten van Brabant
Simone Kramer - Schatten van Brabant
Rick Hooijberg - Schatten van Brabant
Heleen Moors - Schatten van Brabant
Frank Kimenai - Incubate
Joost Heijthuijsen - Incubate
Vincent Koreman - Incubate
Maarten Lammers - Incubate
Barry Spooren - Incubate
Ank Lambers - Vrijetijdshuis Brabant
Jeroen Doorenweerd - Kunstenaar
Melle Smets - Kunstenaar
Tineke Schuurmans - Kunstenaar
Jan van den Broek - Boerderij 't Schop
Gerdi Beks - Kunst in de Openbare Ruimte / Gemeente Tilburg
Jos Swanenberg - Universiteit van Tilburg, Erfgoed Brabant
Paul Schellekens - Streekmanager Kempenland
Patrick Kuijken - Streekmanager De Baronie
Yvette van kempen - Wegwijzer naar Bewust Leven
Joost van Pagée - Bossche Makershuis
Kristi Pol - Bossche Makershuis